Gastblog geschreven voor Psychosenet.nl: Psychiatrisch of Paranormaal?

Psychiatrisch of Paranormaal? Vandaag wordt in de loop van de ochtend mijn gastblog geplaatst op ‘Psychosenet.nl’, dus als je benieuwd bent wat ik daar geschreven heb, ga dan even naar die site.


Onderzoek alles, behoud en deel het goede, maar blijf altijd kritisch!


Paranormale ervaringen binnen de reguliere zorg/psychiatrie en die niet durven uiten in verband met de gevolgen daarvan

In de periode dat ik als uitzendkracht werkte, wilde ik absoluut geen vaste aanstelling. Waar dan ook. Maar… op een dag gebeurde dat toch. Het was een Beschermd Wonen in een stad een eind van mijn eigen woonplaats vandaan, en zoals ik dat meestal verwoord had ik binnen een mum van tijd een ‘vast contract aan mijn broek.’ Vooruit dan maar, het was er niet slecht.

Totdat ik bij iemand op de kamer geroepen werd, die met mij wilde praten, en het was heel belangrijk zei ze er nog bij. Eigenlijk was ik in de keuken bezig met de voorbereidingen van de warme maaltijd, maar voelde dat ik er toch gelijk gehoor aan moest geven. Dus namen een paar bewoners van het huis het over in de keuken. Dat kon best.

Op het moment dat ik binnen kom, zegt ze: ‘Ik durf dit alleen tegen jou te zeggen. Als ik dit tegen de anderen vertel, dan spuiten ze me gelijk plat!’
‘Hoezo dat dan?’ vraag ik haar.
‘Omdat ik stemmen hoor. Maar ik ben niet gek! Kun jij me helpen?’
We praten een poosje over de stemmen en de andere niet-zintuiglijke waarnemingen die zij eerder had. Maar nog nooit, en ook nu niet, had ik daar met iemand over alternatieve geneeswijzen gesproken. Dus hoe ze dat wist was waarschijnlijk een ingeving.

Met wie ik wel over alternatieve geneeswijzen had gesproken, was de directeur van het Beschermd Wonen. Hij kende mijn achtergrond en wist van een vriend van hem dat ik kon magnetiseren. Hij heeft mij, voor ik tekende voor mijn vaste contract, ten strengste verboden binnen het werk dit in de praktijk te brengen. Dat was ik ook nooit van plan; maar wat nu?

De vraag van deze jonge vrouw bracht mij van mijn stuk; ik kwam volledig met mezelf in conflict. Ik heb haar dan ook verteld dat ik dat niet mocht. Verschrikkelijk! Ik had het gevoel haar persoonlijk af te wijzen…
Maar dat was natuurlijk niet zo. Het was mij verboden! Ik heb haar dat dan ook eerlijk verteld. Ze was er stil van. De avond verloopt voor mij erg stroef en ik kom niet los van haar schreeuw om hulp.

De volgende keer dat ik daar een late dienst zou draaien, draait mijn maag om bij het idee dat ik deze jonge vrouw weer onder ogen moet komen, en niets voor haar kan betekenen. Toch ga ik natuurlijk naar mijn werk, met de trein die dag. Maar op het moment dat ik op het station sta en ik de bellen van de spoorwegovergang hoor rinkelen omdat mijn trein eraan komt, lopen de tranen me over de wangen. Ik bel mijn werk, en snotterend krijg ik een bewoonster van het huis aan de telefoon, en vertel dat ik het niet red om te komen werken. ‘Dat hoor ik wel aan je,’ is alles dat ze zegt. Ze wenst mij sterkte en zal doorgeven dat ik ziek ben.

Ik ben een behoorlijke tijd thuis geweest, maar kon mijn innerlijk conflict niet overwinnen en nam uiteindelijk ontslag.

Een jaar of vijf geleden zong ik bij het ASO, het Alkmaar Straat Orkest. Het huis waar ik ooit werkte werd gesloten en wij zouden daar zingen omdat een lid van het ASO daar werkte. Ik twijfelde of ik erheen moest gaan, maar raapte mezelf bij elkaar en ging toch. Met dubbele gevoelens heb ik meegezongen, maar de juiste toon kon ik die avond niet vinden…

Onderzoek alles, behoud en deel het goede, maar blijf altijd kritisch!


Derde voorproefje uit mijn boek: Dáár heb ik mijn leven lang op gewacht! Psychiatrie Paranormaal Bekeken; Reïncarnatie, Karma, Burnout en Alternatieve Geneeswijzen

     Als zij ’s avonds in haar bedje ligt spreekt moeder haar zorgen uit over haar dochtertje. ‘Wat moet er toch van ons meisje worden… zo jong als ze is, altijd maar weer wil ze weg. Hoe komt ze daar toch bij? Andere kinderen spelen gewoon in huis met poppen of met andere kinderen, maar dat meidje van ons… ik weet af en toe niet wat ik met haar aan moet.’
     Vader van der Eijck ziet hetzelfde gebeuren als zijn vrouw. Hij is immers altijd bij huis en kent zijn dochter door en door. Hij ziet ook die vrijheidsdrang van haar, net als die afwezige blikken.
     De winter zet in en het is behoorlijk koud. Er ligt zelfs hier en daar al wat ijs. De kleine Hanneke wil naar de schapen. Ze wijst naar de schuur van de buren waar de schapen in kunnen schuilen. 

    ‘Papa, het is heel warm als je bij de schaapjes slaapt, en ook heel gezellig.’ ‘Wat zeg je me daar nu kindje, hoe weet jij dat nou?’
‘Ik sliep tussen de schapen met papa.’ 
‘Hoe kan dat nou, ik ben je papa en dat hebben wij nog nooit gedaan. Je hebt toch je eigen warme bedje?’ 
     ‘In de bergen,’ gaat ze haar verhaal verder, alsof ze het antwoord van haar vader niet gehoord heeft. ‘Soms waren we heel lang van huis.’
‘Kom,’ leidt vader zijn dochter af, ‘we gaan naar binnen, mama heeft de tafel al gedekt, en we gaan aanstonds een boterham eten.’
     ‘Brood bakken is makkelijk. Ik kan het ook. We deden het altijd als we lang onderweg waren.’ Vader weet niet wat hij hiermee aan moet. Zijn dochter lijkt wel in een heel andere wereld te leven dan hij. Hij probeert haar nogmaals af te leiden: ‘Volgens mij heeft mama warme chocolademelk gemaakt. Ik rook het net al toen ik langs de keuken liep.’ 
     ‘Vers gemolken melk is nog veel lekkerder,’ krijgt hij daarop als antwoord. Dan zwijgt hij en gaat zijn dochter voor als ze naar binnen gaan. Diezelfde middag gaat Hanneke bij een buurmeisje spelen, want haar moeder moet weg. 
     Waar ze naar toe gaat, zegt ze niet. Maar als ze de deur uitgaat vraagt vader of ze alles op een blaadje geschreven heeft, om maar niets te vergeten. ‘Ja dat heb ik gedaan hoor.’ 
     ‘Doe dokter van Driel de hartelijke groeten van me,’ roept vader haar nog na. Niemand weet het verder, maar moeder van der Eijck is zo ongerust over het gedrag van haar dochter, dat zij een afspraak met de dokter heeft gemaakt. Vader vindt het ook beter, want ook hij weet niet hoe dat ooit goed moet komen.

     ‘Zozo,’ zegt dokter van Driel, ‘dus uw dochter leeft in haar eigen wereldje, en weglopen wil ze ook graag als ik u goed begrijp. Daar zullen we eens iets aan doen mevrouw. Ik schrijf haar een drankje voor, en over een week zie ik u terug om mij te vertellen wat het resultaat is.
     Het kind heeft gewoon veel fantasie en is te druk als u het mij vraagt. Van het drankje zal ze wel wat rustiger worden, dan zullen die fantasiebeelden van haar ook wel verdwijnen. Tweemaal daags drie druppels. Doe het maar op een schepje suiker. Dat neemt makkelijk in.’
     ‘Fijn, dokter, nu zal het allemaal wel goed komen. Ik zal het direct bij de apotheker gaan halen, dan kunnen we er vanavond al mee beginnen.  Dank u wel. O ja, u krijgt de hartelijke groeten van mijn man.’ 
     En zo loopt moeder van der Eijck bij de apotheker binnen en haalt een klein flesje op, met een hoedje van geplooid, gekleurd papier over een kurkje. Het drankje ruikt naar pepermunt. En nu maar hopen dat Hanneke niet moeilijk doet met het innemen ervan.
     Eenmaal thuis gaat de moeder van Hanneke eerst naar haar man om hem verslag te doen van het dokters bezoek. ‘Ik ben blij dat je een medicijn van de dokter hebt gekregen, het zal hierna wel beter gaan met ons meisje.’ 

     Aan het eind van de middag komt Hanneke weer thuis. Ze heeft fijn gespeeld en heeft rode wangen van moeheid. Er wordt die avond kool met pastinaken gegeten en gerookt vlees, maar Hanneke lust niet veel, ze is te moe. Ze valt al bijna boven haar bordje in slaap. Na het eten wil moeder haar de druppeltjes geven die de dokter heeft voor geschreven, maar Hanneke wil ze niet slikken. 
     ‘Ik wil dat niet, ik ben niet ziek…’ maar nadat moeder haar heeft uitgelegd dat het beter voor haar is en dat de dokter dat gezegd heeft, begint ze te huilen. ‘Mama, ik ben niet ziek,’ herhaalt ze keer op keer.
‘Toch móet je het innemen! Ik zal je vader er eens bijhalen, dan moet die maar zorgen dat je het slikt.’ 
     Maar vader krijgt het ook niet voor elkaar. Zelfs als moeder Hannekes neus dichtknijpt, zodat ze haar mond wel open moet doen om adem te halen, krijgen zij samen de druppels er niet in. 
Wat een kracht heeft die meid!
     ‘Dan ga ik morgen maar weer naar de dokter,’ besluit moeder. Dan zal ik eens vertellen wat een dwars meisje jij wel bent…’ 
En zo gaat moeder de volgende dag weer naar de dokter. 
‘Ik zal wat anders voorschrijven, waaraan niet zo’n uitgesproken smaak zit, dan weet ze niet dat ze de medicijnen krijgt. Dat zal beter gaan.’ 
     ‘Wat is dokter toch een wijs man,’ zegt moeder van der Eijck tegen haar man, als ze met het nieuwe drankje thuiskomt. Dat ze naar de dokter is geweest hoeft ze niet tegen Hanneke te zeggen. Zij weet het al. En ook weet zij, dat er nu een ander flesje is, en dat haar moeder stiekem de druppels door haar karnemelkse pap zal mengen. 

     ‘Jij mag niet tegen mij jokken!’ zegt Hanneke tegen haar moeder.
‘Jij mag geen druppeltjes in mijn pap doen. Ik ben niet ziek.’
‘Wie heeft jou dat verteld Hanneke?’ 
‘Niemand.’ 
‘Hoe weet je dat dan?’ 
‘Gewoon.’ 
‘Geen gejok tegen mij Hanneke, ik wil weten hoe je dat weet.’    ‘Gewoohoooon, ik weet het.’ 
‘Ja maar hoe dan? Behalve papa weet niemand van die druppeltjes af.’ 
‘Maar ik weet het,’ benadrukt Hanneke nog eens.
     De moeder van Hanneke staat voor een groot raadsel en legt het 
’s Avonds, als Hanneke in bed ligt, aan haar man voor. Maar die weet het ook niet. ‘Laten we het voorlopig even laten rusten,’ besluiten ze samen. 
Een goed besluit, en Hanneke zegt dat de volgende morgen dan ook tegen haar moeder. ‘Mam, ik ben blij dat ik die nare druppeltjes niet meer hoef, want ik ben niet ziek!’ 
     Sprakeloos kijkt moeder Hanneke na als ze even later naar haar vader loopt. En zo, vol zorgen om wat de toekomst zal brengen, verstrijken de jaren.

    Op de dag dat Hanneke tien jaar wordt, op 12 januari 1873, komen haar opa’s en oma’s op bezoek. Hanneke weet dat nog niet, haar ouders hebben het bij wijze van verrassing nog niet tegen haar gezegd, maar vrolijk komt ze beneden en vraagt haar moeder: ‘Mama, hoe laat komen de opa’s en oma’s eigenlijk? Ik ben blij dat ze kunnen komen hoor. Ze zijn hier al zo lang niet geweest. Gaat het wel goed met oma?’
     Hannekes moeder is er nog steeds niet aan gewend dat Hanneke alles lijkt te weten dat ze niet weten kan, maar reageert er niet anders op dan: ‘Ik weet niet hoe laat ze komen, en met oma gaat het niet zo heel erg goed. Ze is verleden week gevallen en heeft haar knie erg bezeerd.’ 
‘Ja, dat heb ik gezien,’ antwoordt Hanneke.
     ‘Het wordt met de dag gekker,’ denkt Hannekes moeder. 
‘Ze beweert rustig dat ze het gezien heeft. Ons meisje is toch wel erg ziek in haar hoofd… kon ik haar maar helpen. Ik zal het eens met de oma’s bespreken. Misschien weten die er raad op. Ik hoop het maar. Dit is toch geen leven! Van de week had ze ook al zo’n rare opmerking over de bovenmeester.’ 

     ‘Mama, als de bovenmeester begraven wordt, dan gaan de kinderen van de hele school mee naar de begrafenis.’ ‘Zo maar, zonder enige aanleiding; de bovenmeester mankeert niets en is kerngezond. Hoe komt ze erbij?’ Maar als de oma’s er eenmaal zijn, is er geen tijd om over dit soort serieuze zaken te praten en Hannekes moeder heeft wel wat anders aan haar hoofd. Ze moet voor een groot gezelschap koken vandaag. En dat valt niet mee; ze is er maar druk mee.
     Ook komen er een paar schoolvriendinnetjes met Hanneke mee naar huis. Er is bowl en versgebakken cake en boterkoek. Het is me werkelijk een feest. Ze doen spelletjes en stoelendans.
     ‘Eindelijk weer eens een gewone dag,’ denkt Hannekes moeder. ‘Zonder al te gekke praat van Hanneke. Tien jaar alweer, die Hanneke.’
     Even is moeder van der Eijck stil en denkt terug aan de afgelopen tien jaar. Ze hadden graag nog een broertje of zusje voor Hanneke gehad, maar ja… dat kwam niet. Moeder van der Eijck heeft het er jarenlang moeilijk mee gehad. Maar hoe ouder Hanneke wordt, hoe meer ze het accepteert. Eigenlijk hadden de ouders al helemaal niet meer op een kindje gerekend. Ze waren al acht jaar getrouwd toen Hanneke zich aandiende… en wat waren ze blij geweest. Maar Hanneke had ook voor vele slapeloze nachten gezorgd voor beide ouders! En het wordt steeds moeilijker om haar te begrijpen en haar op te voeden.
    De week na Hannekes verjaardag is er een ouderavond op school en de meester van Hanneke wil graag met beide ouders spreken, in plaats van met één ouder zoals gebruikelijk. ‘Zou er wat mis zijn op school?’ vragen de ouders zich af. Als zij als laatsten eindelijk aan de beurt zijn, krijgen ze de schrik van hun leven.
Wordt vervolgd…

Onderzoek alles, behoud en deel het goede, maar blijf altijd kritisch!